De Tijd

Tussen al mens menen door
meent men de tijd; en strijd
hij vliegt, wij doden, gaat verloren, dijt
en ooit, veel later nog dan nu
is de mens verleden tijd

Zo de hemel van oom Hans
tijdloos; geen dag en ook geen nacht
saai dus mopper ik heel zacht
terwijl ik ook in Hans geloof
want ik heb hem bedacht

De hemel waar geen klokje tikt
niks vliegt, niks dood, niks verloren, loos
niemand verdrietig en ook niet boos
geen zomer en geen wintertijd
da’s waar ome Hans voor koos

Waar ik voor kies vraagt dochterlief
wel kind voor de eeuwigheid
maar dan wel met altijd tijd
een eindeloze weg zeg maar
met keuzes zonder zekerheid

Ook de eeuwigheid is relatief
dus niemand heeft het fout of goed
’t zit ‘m meer in wat je doet
wat in liefde dus gegeven wordt
niets is zonde; niets dat moet

Vul de tijd naar eigen wens
ik heb hem reeds genomen
geef hem vorm in al mijn dromen
maak mijn dromen werkelijkheid
laat de eeuwigheid dus stromen